Hoe kunnen we helpen?

Verboden locaties

Soms wil een klant niet langer door dezelfde medewerker geholpen worden, of voelt een medewerker zelf geen klik met een specifieke klant. Om misverstanden te voorkomen kan je in de software een verboden locatie instellen.

Zo wordt automatisch aangegeven dat een medewerker niet ingepland mag worden bij die klant. Probeer je dit toch, dan kleurt de planning rood in het planbord. Op die manier hou je rekening met de wensen van zowel klant als medewerker en blijft de planning duidelijk en correct.

1. Hoe ga je aan de slag?

Ga naar de werknemer waarvoor je een verboden locatie wilt instellen. Klik op het sleuteltje en kies Bewerken.

2. Verboden locaties beheren

Onder het tabblad Verboden locaties zie je een overzicht van de locaties waar dit middel niet ingepland kan worden.

Klik op de blauwe knop Nieuwe verboden locatie wanneer je een nieuwe locatie wilt toevoegen.

Kies daarna de locatie die je wilt blokkeren. De locatie (adres van een klant) moet al bestaan in de software. Wil je een nieuwe locatie aanmaken, ga dan eerst naar dit artikel.

Wil je een locatie verwijderen, dan moet je één of meerdere locaties in de lijst selecteren en vervolgens op locatie verwijderen klikken.

Of je verwijdert ze rij per rij.

Afbeelding met schermopname, tekst Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

3. Foutmelding in planbord oplossen

Indien een middel wordt ingepland op een verboden locatie, dan kleurt de planning in het planbord rood. Klik op het middel en kies Zoek vervanging.

Filter op ‘Niet ongewenst op locatie’ om enkel de geschikte middelen te tonen en klik daarna op ‘zoek vervanging’.

Afbeelding1

De gevonden middelen verschijnen linksonder. Via de blauwe pijltjes kan je het middel vervangen.

"Afbeelding6

Er verschijnt een pop-upmelding om te bevestigen dat je het middel wilt vervangen.
Klik op JA om de vervanging definitief door te voeren.

Afbeelding

Scroll naar boven